‘Muito Bom’: zei de eigenaar van restaurant O Luis in Noord Portugal toen ik geïnteresseerd naar een schaal op de toog keek. Een enorme stapel merkwaardige klauwtjes lag klaar om te worden gegeten. Percebes bleek het delicate geschenk uit de zee te heten, eendenmossel op z’n Hollands (je komt ook de naam walvisluis tegen). De eendenmossel wordt gekookt in zout water met wat laurier en peperkorrels, meer niet. Vooral in aan de Spaanse noordkust (Baskenland, Galicie) en in noord Portgal kom je de Percebes tegen. In Nederland ben ik ze nog niet tegen gekomen. Het ‘vissen’ van de Percebes is een tijdrovende en gevaarlijke onderneming. De mossel groeit op de rosten net onder de waterlijn. Bij laag water dalen de vissers – Percebeiros- aan touwen af en snijden de mossel los van de rots. De Atlantische Oceaan is onstuimig en de branding verraderlijk. Het komt regelmatig voor dat een visser door de woeste golven wordt meegenomen. In plaats van ‘Muito Bom’ had de beste man ook ‘Muito Caro’ kunnen zeggen, prijzig spul! Op de markt zag ik de Percebes de volgende dag voor een kleine 30 euro per kilo liggen. Je eet de Percebes door de schaal er af te trekken, zo komt het roze ziltige vlees te voorschijn. Zoals in Spanje en Portugal gewoonlijk is gooi je de schalen op de grond. Peuzelen maar, een goed glas Vinho Verde erbij (kies er één gemaakt van 100% Albarinho, dat zijn de mooiste) en je wilt nooit meer naar huis.